De Letselschade Raad heeft haar jaarlijkse geïndexeerde normbedragen gepubliceerd die vanaf 1 januari 2026 gelden. De letselschaderaad probeert met professionele partijen (verzekeraars en belangenbehartigers) te werken aan verbetering van het schaderegelingsproces. Gezamenlijk wordt gestreefd naar meer harmonie, respect en openheid. Uitgangspunt hierbij is het belang van slachtoffers.
De Letselschade Raad ontwikkelt onder meer richtlijnen en gedragscodes (zoals de Gedragscode Behandeling Letselschadezaken) om letselschadezaken beter en sneller af te kunnen wikkelen. De Letselschade Richtlijnen voorzien in een standaard manier om schadeposten vast te stellen, doormiddel van normbedragen. Ze zijn bedoeld om bij te dragen bij aan duidelijkheid, voorspelbaarheid en transparantie bij de schaderegeling. Ieder jaar worden de normbedragen uit de richtlijnen opnieuw onder de loep genomen en zo nodig geïndexeerd. De analyse van de indexatie van de richtlijnen zijn hier te vinden.
Een van de richtlijnen ziet op het vaststellen van schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid. Deze richtlijn is in concept opnieuw opgesteld door de Permanente Commissie Normering en gaat nu in externe consultatie. In de nieuwe richtlijn kan meer onderscheid worden gemaakt in het type woning en tuin en is meer ruimte voor nuance ten aanzien van de staat van onderhoud. Voorts wordt met percentages meer onderscheid gemaakt in de mate van uitval. Er wordt niet langer een vaste eindleeftijd bepaald. Belanghebbenden kunnen nu feedback geven en de richtlijn mag in de praktijk nog niet worden toegepast.
De richtlijnen van de letselschaderaad kunnen helpen bij het vaststellen van schadevergoedingen en houvast bieden in de onderhandeling met verzekeraars. Is een richtlijn op geen enkele manier in te passen, dan blijft concrete vaststelling van hulpbehoefte het enige juiste alternatief.

